🇨🇼 Curaçao · Nationaal team van Curaçao
Op Curaçao (Curaçao) is Nederland nooit vertrokken – het heeft alleen geleerd om korte broeken te dragen
Eén eiland, twee werelden
Wanneer de kleurrijke huizen van Willemstad (Willemstad) weerspiegelen in het water van de Sint Annabaai, krijg je een illusie – alsof Amsterdam met een touw naar de evenaar is gesleept, maar vergat de grachtenpandgevels mee te nemen, en vervolgens vierhonderd jaar lang is gebakken door de Caribische zon. Dit is het uiteindelijke beeld.
Deze gebouwen houden strikt de Nederlandse verhoudingen en gevelversieringen aan, maar de kleuren – citroengeel, koraalroze, mintgroen, kobaltblauw – zijn volledig niet-Noord-Europees. Een lokale gids leunt tegen de reling van de Koningin Emmabrug (Queen Emma Pontoon Bridge) en telefoneert in het Papiaments. Hij ziet me naar de huizen kijken, hangt op en zegt in het Engels met een Nederlands accent: 'Weet je waarom deze huizen zo fel gekleurd zijn? Volgens de legende vond de gouverneur het witte licht te verblindend en beval hij alle gebouwen te verven. Maar de lokale bevolking zegt liever: we willen de Nederlanders eraan herinneren dat dit niet Europa is.'

Curaçao (Curaçao) is een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, gelegen in het zuidelijke Caribisch gebied, op slechts 65 km van de kust van Venezuela. Het land heeft ongeveer 160.000 inwoners. De geografische ligging bepaalt het lot: een Europese rechtsorde in de Caribische Zee, waar de schoorstenen van de olieraffinaderij en koloniale forten naast elkaar bestaan in dezelfde horizon.
Lopend door de straten van Otrobanda (Otrobanda) hoor ik een gesprek dat een toerist niet begrijpt – twee oude dames zitten op de veranda en kletsen in het Papiaments. Elke zin lijkt het Spaanse skelet te vullen met een Nederlandse huid, plus een Afrikaans ritme. Papiaments is een spiegel van Curaçao: de Nederlandse woorden in de taal zijn de koloniale geschiedenis, de Spaanse basis is de geografische ligging, en het Afrikaanse ritme is de litteken van de slavenhandel. Een lokale schrijver schreef ooit: 'Wanneer we Papiaments spreken, bevestigen we elke keer opnieuw onze identiteit – Caribisch, Nederlands bestuurd, Afrikaanse wortels.'
Het eten toont dezelfde gelaagde logica. Een gerecht genaamd Keshi Yena (Keshi Yena) – de schil van Nederlandse Edammer kaas (Edam cheese) uithollen, vullen met kip, chilipepers, olijven en rozijnen, en dan bakken tot de kaas smelt – is als een smaakarchief van de koloniale geschiedenis. De restauranteigenaar vertelt me: 'Nederlandse zeelieden brachten kaas naar het eiland, en Afrikaanse chef-koks vulden het op hun eigen manier. Vierhonderd jaar geleden was dit een gerecht voor bedienden – de meesters aten de kaas, de bedienden vulden de overgebleven kaasschil met restjes. Maar nu wordt het als voorgerecht geserveerd op bruiloften.'

Het tenue van het nationale team van Curaçao is donkerblauw met oranje strepen – donkerblauw is de Caribische Zee, oranje is het Nederlandse koningshuis. In de etalage van een sportwinkel in Willemstad (Willemstad) hangt dit shirt op de meest prominente plek, naast een kleine vlag van Curaçao en een oude foto – de dag van de Caribbean Cup-overwinning in 2017, toen de straten van heel Willemstad vol stonden met mensen. De eigenaar, een man van in de vijftig, zegt: 'Voetbal is de enige manier waarop Curaçao Nederland kan laten opmerken. We produceren geen olie, we hebben geen financieel centrum. Maar we hebben spelers – Leandro Bacuna (Leandro Bacuna) speelde in de Premier League, Cuco Martina (Cuco Martina) was verdediger bij Everton. Nederlanders zien hen en zeggen: oh, dat zijn Curaçaoënaars.' Hij pauzeert en voegt eraan toe: 'Daarvoor wisten veel Nederlanders niet eens dat Curaçao een land is, en niet alleen een strandresort.'
Klein Curaçao (Klein Curacao) – 'Klein Curaçao' – is een onbewoond eiland, met alleen een verlaten vuurtoren en een strand dat zo wit is dat het niet van deze wereld lijkt. De schipper geeft het roer aan zijn twaalfjarige zoon, stemt de radio af op een zender die Nederlandse oude liedjes draait, en schakelt dan over op reggae. 'Op Curaçao,' zegt hij, 'draait de radio nooit liedjes in maar één taal. De snelheid waarmee je van zender wisselt, is de snelheid waarmee dit eiland van identiteit wisselt.'
Bij zonsondergang loop ik terug naar de Koningin Emmabrug (Queen Emma Pontoon Bridge). De lichten op de brug gaan aan. De weerspiegeling van twee rijen kleurrijke huizen wordt in het water in stukken gesneden door een passerende veerboot. Op de brug loopt een local na het werk naar huis, een toerist stopt om de skyline te fotograferen, en een tiener fietst snel voorbij – hij draagt een oranje trainingstenue van het nationale team van Curaçao. De schaduwen van deze drie personen overlappen elkaar kort in de waterfragmenten. Dan sluit de brug zich langzaam weer. Elke dag op Curaçao is als deze brug: steeds onderbroken door boten, maar nooit echt gebroken – hij wacht gewoon tot de boot voorbij is en verbindt zich dan opnieuw.
Discover more countries
Travel stories from other countries
Cape Verde
Trace an archipelago through morna music.
Uzbekistan
Finding modern answers on the Silk Road.
Jordan
Tracing backward from Petra's light.
Haiti
Coming home through a footballer's eyes.
DR Congo
City to river to rainforest to lava.
Iraq
Babylon is still there. Why is no one going?
Qatar
A real receipt for 24 hours in Doha.
Netherlands
Canals, railways, and Oranje match nights.
Switzerland
Reading lakes and mountains by rail.
Morocco
Medinas, Atlantic wind, and Sahara dunes.
South Africa
From Table Mountain to Soweto and Kruger.
Japan
A bullet train arriving exactly on time.
Senegal
Teranga, sea wind, and yellow shirts.
Korea
KTX trains, palaces, and red match nights.
Ivory Coast
Lagoons, cocoa, and orange shirts.
Norway
Fjords, railways, and a north waiting for goals.
Uganda
The Nile, gorillas, and The Cranes.